Het urencriterium van 1.225 uur: haal je het, en hoe bewijs je het
Het urencriterium is minimaal 1.225 uur per kalenderjaar aan je onderneming besteden, en meer tijd aan je onderneming dan aan ander werk, zoals een baan. Wie eraan voldoet, heeft recht op de ondernemersaftrek: de zelfstandigenaftrek en, voor wie net begint, de startersaftrek. Alle uren voor de onderneming tellen mee, ook offertes, administratie en het bouwen van je website; uren waarin je beschikbaar was maar niets deed, tellen niet.
De tweede voorwaarde geldt niet voor wie in een van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer was. Dit artikel loopt de twee voorwaarden door, wat wel en niet telt, hoe je het aannemelijk maakt met wat je toch al hebt, de regels bij zwangerschap en arbeidsongeschiktheid, en hoe je het bijhoudt als maker.
Dit is algemene uitleg, geen fiscaal of juridisch advies. basestep rekent en legt uit; jij dient zelf in. Twijfel je over jouw situatie, raadpleeg dan een adviseur.
Wat is het urencriterium precies?
Een voorwaarde uit de inkomstenbelasting (artikel 3.6 Wet IB 2001) voor een aantal regelingen die alleen voor echte ondernemers bedoeld zijn: de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve die er ooit was. De kern is een aantal uren: in een kalenderjaar besteed je minimaal 1.225 uur aan je onderneming of ondernemingen samen. Dat komt bij een volledig jaar neer op ongeveer 25 uur per week bij 49 werkweken, of bijna 24 uur bij 52.
Het gaat om uren in het kalenderjaar, ongeacht wanneer je bent gestart. Wie in september begint, moet in de maanden tot en met december ook 1.225 uur halen om over dat jaar aan het criterium te voldoen; het aantal wordt niet naar rato verlaagd. Dat is de reden dat veel starters het eerste jaar net niet halen en het tweede jaar wel.
Het criterium zegt niets over je omzet of je winst. Je kunt eraan voldoen met een verlies en er niet aan voldoen met een goed jaar. Het meet tijd, en alleen tijd. Het begrip urencriterium op deze site geeft de definitie en de vindplaats.
- Minimaal 1.225 uur per kalenderjaar aan je onderneming; artikel 3.6 Wet IB 2001.
- Ongeveer 25 uur per week; niet naar rato bij een start halverwege het jaar.
- Meet tijd, niet omzet of winst.
Wat is de tweede voorwaarde, en voor wie geldt hij niet?
Je moet meer tijd aan je onderneming besteden dan aan andere werkzaamheden, bijvoorbeeld in loondienst. Dit heet het grotendeelscriterium: van al je werktijd gaat het grootste deel naar de onderneming. Wie 32 uur per week in loondienst werkt, moet dus meer dan 32 uur per week aan zijn onderneming besteden om aan deze voorwaarde te voldoen, en dat komt neer op een werkweek van ruim 64 uur. Voor de meeste mensen met een baan is dat de voorwaarde die het onmogelijk maakt, niet de 1.225 uur zelf.
De uitzondering is voor starters. Was je in een van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer, dan hoef je niet aan de tweede voorwaarde te voldoen, alleen aan de eerste. Wie naast een baan begint, kan dus de eerste jaren met 1.225 uur aan de onderneming de aftrek halen, ook al werkt hij meer uren in loondienst. Daarna gaat de tweede voorwaarde gelden, en dan komt het moment van kiezen.
Het artikel over de zelfstandigenaftrek naast een baan rekent dit voor met een gewone werkweek, en laat zien wat je als ondernemer wél krijgt zonder aan het criterium te voldoen.
- Meer tijd aan de onderneming dan aan ander werk: het grotendeelscriterium.
- Naast een baan van 32 uur betekent dat ruim 64 uur per week in totaal.
- Uitzondering: in een van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer, dan geldt alleen de 1.225 uur.
Welke uren tellen mee?
Alle uren die je aan de onderneming besteedt, en dat is breder dan de uren die je aan een klant factureert. De Belastingdienst noemt zelf het maken van offertes, het bijhouden van je administratie en het maken van je zakelijke website. Daar horen ook bij: klanten zoeken en gesprekken voeren, je vak bijhouden, cursussen volgen die met de onderneming te maken hebben, en reistijd voor de onderneming. En je product bouwen en verbeteren, plus de tijd die je kwijt bent aan hosting, domein en al het andere dat na de klif komt.
Voor een maker met een AI-project is dat goed nieuws: de avonden waarin je bouwt, test en verbetert, zijn uren voor de onderneming, ook als er nog geen klant is die ervoor betaalt. De voorwaarde is dat het werk voor de onderneming is, niet dat het al geld oplevert.
Directe en indirecte uren tellen dus allebei. Het onderscheid dat de Belastingdienst maakt, is niet tussen betaald en onbetaald, maar tussen werken en beschikbaar zijn.
- Offertes, administratie, je website: de Belastingdienst noemt ze zelf.
- Ook: acquisitie, scholing voor de onderneming, reistijd, bouwen en verbeteren.
- Het criterium is werk voor de onderneming, niet betaald werk.
Welke uren tellen niet mee?
Uren waarin je beschikbaar was voor de onderneming maar geen werkzaamheden verrichtte. De Belastingdienst zegt het letterlijk: soms ben je wel beschikbaar maar doe je niets, en die uren tellen niet mee. Een winkel die open is zonder klant is het klassieke voorbeeld; voor een maker is het de dag waarop je klaarzat voor een gesprek dat niet doorging, of de uren waarin je project draaide zonder dat jij eraan werkte.
Ook niet: uren voor werk in loondienst (die tellen juist aan de andere kant, bij het grotendeelscriterium), uren voor een hobby die geen onderneming is, en uren die je niet aannemelijk kunt maken. Dat laatste is in de praktijk de grootste categorie: uren die je wel gemaakt hebt maar nergens hebt vastgelegd, bestaan voor de Belastingdienst niet.
Wees eerlijk in de grensgevallen. Een uur op sociale media dat half over je bedrijf ging, is geen uur voor de onderneming. Wie zijn registratie oprekt, staat zwak op het moment dat het ertoe doet, en de aftrek is niet groot genoeg om dat risico waard te zijn.
- Beschikbaar zonder te werken telt niet.
- Loondienst en hobby tellen niet; niet-vastgelegde uren bestaan niet.
- Eerlijk in de grensgevallen; oprekken loont niet.
Hoe maak je het aannemelijk?
Met een urenregistratie, gesteund door wat je toch al hebt. De Belastingdienst noemt als voorbeelden je agenda, offertes, urenbriefjes en facturen. Het gaat niet om een verplicht formulier maar om aannemelijk maken: als er een vraag komt, moet je kunnen laten zien wanneer je wat deed, en de stukken moeten dat verhaal ondersteunen. Een agenda met afspraken, een lijst van verstuurde offertes, de commits in je versiebeheer met datum, de facturen met een periode erop: samen vormen ze een verhaal dat klopt.
Houd de uren bij op de dag zelf of de dag erna, per activiteit, met een paar woorden over wat je deed. Achteraf een jaar reconstrueren is precies wat een controleur wantrouwt, en terecht. Een eenvoudige lijst met datum, uren en omschrijving is genoeg, zolang hij consistent is met de rest van je administratie.
En bewaar hem. De urenregistratie hoort bij je administratie en valt onder de bewaarplicht van zeven jaar, want hij onderbouwt een aftrekpost in je aangifte.
- Agenda, offertes, urenbriefjes, facturen: de voorbeelden van de Belastingdienst.
- Op de dag zelf bijhouden, per activiteit, met een omschrijving.
- Zeven jaar bewaren, als onderdeel van je administratie.
Wat geldt bij zwangerschap en arbeidsongeschiktheid?
Onderbreek je je werk als ondernemer door zwangerschap, dan tellen de niet-gewerkte uren over in totaal zestien weken toch mee als gewerkte uren. Je berekent dan wat je in die weken normaal aan de onderneming zou hebben besteed, en telt dat op. Zo kost een zwangerschap je niet de aftrek over dat jaar.
Bij arbeidsongeschiktheid bestaat een verlaagd urencriterium: besteed je als ondernemer minimaal 800 uur aan je onderneming, dan voldoe je aan het verlaagde criterium, dat hoort bij de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid. De voorwaarden daarvoor staan op de pagina van de Belastingdienst over het urencriterium, en ze zijn specifiek genoeg om ze daar na te lezen in plaats van hier samen te vatten.
Beide regelingen bestaan omdat het criterium anders mensen zou straffen voor iets wat geen keuze was. Wie in een van deze situaties zit, leest de voorwaarden bij de bron en legt vast hoe hij de uren heeft berekend.
- Zwangerschap: niet-gewerkte uren over zestien weken tellen mee.
- Arbeidsongeschiktheid: verlaagd criterium van 800 uur, bij de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid.
- De voorwaarden staan bij de Belastingdienst; leg je berekening vast.
Hoe houd je het bij als maker?
Koppel de uren aan wat je toch al doet. Wie met een AI bouwt, heeft een spoor van commits met datum en tijd, een lijst van gesprekken met het model, een agenda met afspraken. Dat is geen urenregistratie, maar het is wel het bewijs dat een registratie ondersteunt. Schrijf per dag op hoeveel uur je aan het project werkte en waaraan, en laat de sporen de rest doen.
Tel per project en per soort werk, zodat je later kunt zien waar de tijd heen ging: bouwen, klanten, administratie, leren. Dat helpt niet alleen bij het criterium maar ook bij de vraag of het project de tijd waard is. De administratie in basestep heeft een urenregistratie per project, met een teller richting de 1.225 uur en een tweede check als je een baan ernaast hebt. Uren zonder klantproject kunnen daar nog niet in, en dat staat er ook eerlijk bij.
En kijk elk kwartaal waar je staat. Wie in oktober ziet dat hij op 900 uur zit, weet dat het dit jaar niet lukt, en kan de aangifte daarop inrichten in plaats van in maart teleurgesteld te worden. Het criterium is streng, maar het is niet onvoorspelbaar.
- Per dag noteren, met de commits en de agenda als steun.
- Per project en per soort werk tellen.
- Elk kwartaal kijken waar je staat; oktober is het moment om te weten.
Bronnen
Nagelopen op 5 september 2026. De voorwaarden komen letterlijk van de Belastingdienst; de wettelijke grondslag staat in het begrip urencriterium op deze site.
Verder lezen
Drie plekken die hierop aansluiten.
Van eerste prompt tot aangifte.
Het platform opent later. Vragen of opmerkingen kun je mailen naar info@basestep.io.