Hoe werkt een oninbare vordering?
De teruggaaf is geen gunst maar een correctie: je hebt btw afgedragen over een vergoeding die je niet krijgt, dus wordt de maatstaf van heffing verlaagd. Dat is dezelfde systematiek als bij een creditnota, met een ander aangrijpingspunt.
Het tijdvak is de vroegste van twee datums. De eerste is de datum waarop onderbouwd vaststaat dat er niet betaald zal worden, bijvoorbeeld door een faillissement of een aantoonbaar gestaakt incassotraject. De tweede is de datum die één jaar na opeisbaarheid ligt. Wat het eerst komt, bepaalt het tijdvak.
Omdat de markeerdatum in je eigen administratie niet leidend is, is het verstandig om vast te leggen waaróp je de oninbaarheid baseert. Zonder die onderbouwing valt je alleen de jaargrens nog toe, en die kan later liggen dan je zou willen.
Welke gebeurtenissen als onderbouwing gelden, staat sinds 31 augustus 2026 vast in een gesloten lijst. Zeven gevallen tellen. Een faillissement dat wegens gebrek aan baten is opgeheven. Een curator die meldt dat concurrente schuldeisers niets krijgen. Een schuldsanering die met een schone lei eindigt. Een gehomologeerd akkoord. Een rechtspersoon die zonder baten is ontbonden. Een deurwaarder die geen verhaalsmogelijkheden vindt. Of een vordering die is verjaard. Bij elk van die zeven hoort een bewijsstuk dat je moet kunnen tonen: een beschikking, een verslag, een uittreksel of een rapport.
Even belangrijk is wat niet als oninbaarheid geldt, want daar gaat het in de praktijk mis. Een klant die simpelweg niet betaalt is niet oninbaar; daarvoor bestaat juist het jaar na de vervaldag. Een factuur waarover ruzie is, is een geschil en geen oninbaarheid. Een lopende betalingsregeling bewijst het tegendeel. En kwijtschelding omdat je er klaar mee bent, is een prijsvermindering die via een creditnota loopt. Die laatste route is niet alleen fiscaal anders, hij is ook civiel ongunstig: met een creditnota verlaag je je eigen vordering en verzwak je je positie als je later toch wil invorderen.
Waar staat een oninbare vordering in de wet?
Deze vindplaatsen komen uit de vakdossiers die op 31 augustus 2026 zijn nagelopen. Let op het verschil dat in een geschil groot wordt: een wetsartikel bij een waarde is een vindplaats van die waarde en geen onderbouwing van de toepassing in jouw situatie.
- artikel 29 lid 2 Wet OB 1968het recht op teruggaaf ontstaat in elk geval uiterlijk één jaar na het tijdstip waarop de vergoeding opeisbaar werd
- artikel 29 lid 4 Wet OB 1968de teruggaaf wordt verzocht bij de aangifte over het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan
De links gaan naar de wettekst op wetten.overheid.nl, in de versie die op 24 september 2026 gold.
Wat doet basestep met een oninbare vordering?
Het bewaken van de jaargrens per openstaande factuur staat op de planning en zit er nog niet in. Wat er wel is: de openstaande posten met hun opeisbaarheidsdatum, zodat je zelf kunt zien welke vordering het jaar nadert. Het bepalen van het teruggaaftijdvak doe je nu nog buiten het platform om.
Alle berekeningen, uitleg en signalen in basestep zijn rekenondersteuning en instructie, geen fiscaal of juridisch advies. Bedragen zijn ramingen op basis van je eigen invoer; de Belastingdienst stelt de aanslag vast.
Waar gaat het mis bij een oninbare vordering?
Twee fouten die je in de praktijk het vaakst tegenkomt bij dit begrip, met wat ze je kosten.
Een vrij tekstveld als onderbouwing zien
Onderbouwen betekent een gebeurtenis uit de vaste lijst aanwijzen en het bijbehorende stuk kunnen tonen. Een eigen toelichting zonder stuk is geen onderbouwing, en dan geldt de wettelijke terugvaldatum van een jaar na de vervaldag.
Wachten tot je het zeker weet
De jaargrens loopt door, ook als het incassotraject nog niet is afgerond. Wie wacht op zekerheid, is soms al een tijdvak te laat.
Je eigen afboekdatum aanhouden
De dag waarop jij de vordering afboekt, bepaalt het tijdvak niet. Leg vast waarop je de oninbaarheid baseert, want dat is wel het aangrijpingspunt.
Verder lezen
Drie plekken waar dit begrip aan vastzit, binnen deze bank en daarbuiten.